ECLI:NL:RVS:2025:2626
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging definitieve vaststelling zorgtoeslag en kindgebonden budget ondanks lopende bezwaarprocedures toeslagpartner
De Dienst Toeslagen stelde in 2022 en 2023 de zorgtoeslag en het kindgebonden budget van appellante over 2017 en 2018 definitief vast op nihil en vorderde teveel ontvangen voorschotten terug. Het gezamenlijk toetsingsinkomen van appellante en haar toeslagpartner werd vastgesteld op respectievelijk €81.429 en €86.846. De toeslagpartner maakte bezwaar tegen zijn vastgestelde inkomen over deze jaren.
Appellante stelde dat de Dienst Toeslagen de uitkomst van deze bezwaarprocedures moest afwachten voordat zij definitief haar toeslagen vaststelde. De rechtbank oordeelde echter dat de Dienst Toeslagen niet hoeft te wachten, omdat bij wijziging van het inkomen van de toeslagpartner de toeslagen opnieuw beoordeeld kunnen worden op grond van artikel 20 van Pro de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank, overwegende dat de Dienst Toeslagen moet uitgaan van de inkomensgegevens zoals vastgelegd in de Basisregistratie Inkomen en dat de Dienst Toeslagen en de Belastingdienst aparte bestuursorganen zijn. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.