ECLI:NL:RVS:2025:2614
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot rectificatie verhuisdatum in basisregistratie personen
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam weigerde het verzoek van appellante om de verhuisdatum van haar en haar minderjarige zoon in de basisregistratie personen te corrigeren naar 12 maart 2021. Appellante had op 5 november 2021 een verhuisaangifte gedaan met als verhuisdatum 1 november 2021 en later een correctieverzoek ingediend. Het college wees dit af op grond van de Wet basisregistratie personen omdat de aangifte niet tijdig was gedaan.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. De rechtbank vond dat het bewijs van daadwerkelijke bewoning per 12 maart 2021 onvoldoende was onderbouwd, ondanks de huurovereenkomst.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij en haar zoon sinds 12 maart 2021 op het adres wonen en dat de rechtbank ten onrechte haar bewijs onvoldoende achtte. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de huurovereenkomst weliswaar op 3 november 2021 is getekend met ingang van 12 maart 2021, maar dat dit zonder aanvullende objectieve bewijsstukken onvoldoende is om de verhuisdatum te wijzigen. Het eerdere vermelden van 1 november 2021 als verhuisdatum in de aangifte werd als geloofwaardiger beoordeeld.
Het verzoek om rectificatie werd daarom afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat de totale procedure binnen de vierjarige redelijke termijn bleef.
Uitkomst: Het verzoek tot rectificatie van de verhuisdatum in de basisregistratie personen wordt afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.