ECLI:NL:RVS:2025:249
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel voor Afghaanse vreemdeling
Bij besluit van 14 maart 2024 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van een Afghaanse vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 16 juli 2024 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat uit eerdere jurisprudentie volgt dat vreemdelingen die vrijwillig terugkeren naar Afghanistan na verblijf in een westers land niet als een risicogroep voor ernstige schade kunnen worden aangemerkt. Hierdoor was nader onderzoek naar de risico’s niet vereist.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 24 januari 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.