ECLI:NL:RVS:2025:245
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt schadeloosstelling wegens overschrijding maximale duur politiecel na inbewaringstelling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 19 oktober 2023 in bewaring en plaatste hem in een politiecel. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde dat de vreemdeling op 19 oktober 2023 om 18.15 uur in bewaring werd gesteld en de politiecel pas op 20 oktober 2023 om 20.15 uur verliet, waardoor de maximale toegestane duur van 24 uur met twee uur werd overschreden. Dit was in strijd met de toepasselijke regelgeving omtrent tijdelijke plaatsing in een politiecel na inbewaringstelling.
Hoewel de bewaring inmiddels was opgeheven, oordeelde de Afdeling dat de vreemdeling aanspraak maakt op een schadeloosstelling van €30 conform artikel 5, vijfde lid, van het EVRM. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond voor zover het de wijze van tenuitvoerlegging van de bewaring betrof, wees het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep gegrond wegens overschrijding van de maximale duur in de politiecel en kent een schadeloosstelling van €30 toe.