ECLI:NL:RVS:2025:2388
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake geboortedatum in verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 9 februari 2024 een aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingewilligd. Betrokkene stelde beroep in tegen het besluit vanwege een onjuiste geboortedatum. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de geboortedatum betrof, met de opdracht aan de minister om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin de geboortedatum 16 maart 2005 wordt vermeld.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist. Betrokkene gaf een schriftelijke uiteenzetting over het verzoek.
De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierdoor hoeft de minister de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren zolang het hoger beroep loopt. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 28 mei 2025.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.