ECLI:NL:RVS:2025:2388

Raad van State

Datum uitspraak
28 mei 2025
Publicatiedatum
26 mei 2025
Zaaknummer
BRS.25.000505
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake geboortedatum in verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 9 februari 2024 een aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingewilligd. Betrokkene stelde beroep in tegen het besluit vanwege een onjuiste geboortedatum. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de geboortedatum betrof, met de opdracht aan de minister om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin de geboortedatum 16 maart 2005 wordt vermeld.

De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist. Betrokkene gaf een schriftelijke uiteenzetting over het verzoek.

De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierdoor hoeft de minister de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren zolang het hoger beroep loopt. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 28 mei 2025.

Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

BRS.25.000505
Datum uitspraak: 28 mei 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 2 april 2025 in zaak nr. NL23.31726 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 9 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.
Bij uitspraak van 2 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, voor zover het gaat om de daarin vermelde geboortedatum, en bepaald dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit op de aanvraag neemt waarin zij de geboortedatum 16 maart 2005 vermeldt.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Betrokkene heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.        De minister verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op haar hoger beroep heeft beslist.
2.        Gelet op de belangen die de minister en betrokkene naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3.        De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.
w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter
w.g. Verbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2025
574-1078