ECLI:NL:RVS:2025:2384
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.M. Willems
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende belangenafweging
Appellant, afkomstig uit Rwanda en al 24 jaar in Nederland zonder verblijfsvergunning maar met uitstel van vertrek, vroeg om een verblijfsvergunning regulier voor medische behandeling. De minister wees dit af vanwege een eerdere onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een oordeel dat appellant een gevaar voor de openbare orde vormt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank onvoldoende heeft getoetst of bijzondere omstandigheden, zoals het lange tijdsverloop sinds de veroordeling en het ontbreken van nieuwe strafbare feiten, een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Ook is onvoldoende rekening gehouden met het belang van appellant op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar en beveelt de minister een nieuw besluit te nemen met een juiste belangenafweging. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen met een juiste belangenafweging.