ECLI:NL:RVS:2023:4652
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering evenredigheid en gevaar openbare orde
De vreemdeling uit Marokko, die al meer dan twintig jaar in Nederland verblijft zonder verblijfsvergunning, vroeg om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd vanwege medische behandeling. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde zou vormen, mede vanwege eerdere onvoorwaardelijke gevangenisstraffen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met persoonlijke omstandigheden zoals het langdurig verblijf, de medische situatie en het tijdsverloop sinds de laatste veroordeling. Ook was de motivering waarom de medische klachten geen reden zijn om af te wijken van het beleid onvoldoende. De staatssecretaris had bovendien niet duidelijk gemaakt waarom de vreemdeling als gevaar voor de openbare orde werd gezien, terwijl eerder een minder streng inreisverbod was opgelegd.
Verder oordeelde de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte had vastgesteld dat de staatssecretaris van het horen in bezwaar mocht afzien, omdat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar, en beval dat de staatssecretaris een nieuw besluit neemt met inachtneming van de uitspraak. Tevens moet de staatssecretaris de proceskosten vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning is vernietigd met opdracht tot een nieuw besluit.