ECLI:NL:RVS:2025:2355
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling correcte ingangsdatum verblijfsvergunning asiel na vernietiging besluit minister
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris had bij besluit van 23 januari 2024 de aanvraag ingewilligd met als ingangsdatum 3 september 2022.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit zelf ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de minister ten onrechte de ingangsdatum heeft vastgesteld op de datum van indiening van het formulier, terwijl de ingangsdatum moet worden bepaald op het moment waarop appellant persoonlijk zijn asielwens kenbaar maakte, namelijk 3 augustus 2022. Daarom wordt het besluit vernietigd voor zover het de ingangsdatum betreft en stelt de Afdeling zelf de ingangsdatum vast op 3 augustus 2022.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze betrekking heeft op het besluit van 23 januari 2024. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Deze uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde gedeelte van het besluit en zorgt voor definitieve geschilbeslechting.
Uitkomst: De ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel wordt vastgesteld op 3 augustus 2022 en het eerdere besluit wordt vernietigd.