ECLI:NL:RVS:2025:2305
Raad van State
- Hoger beroep
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Lichte Educatieve Maatregel Alcohol na overschrijding alcoholgrens beginnend bestuurder
Op 10 december 2022 werd appellant aangehouden als bestuurder van een oranje bestelbus betrokken bij een eenzijdig ongeval. Bij een ademanalyse werd een alcoholgehalte van 230 µg/l vastgesteld, terwijl voor beginnende bestuurders een maximum van 88 µg/l geldt volgens artikel 8, derde lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellant een Lichte Educatieve Maatregel Alcohol (LEMA) op vanwege deze overschrijding. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen. Ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het CBR terecht uitging van het proces-verbaal van de politie en de verklaring van een getuige die appellant als bestuurder herkende. De door appellant overgelegde verklaringen van vrienden en familie werden onvoldoende objectief geacht. Het sepot van de strafzaak wegens gebrek aan bewijs leidt niet tot een ander oordeel in de bestuursrechtelijke procedure.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het CBR hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de Lichte Educatieve Maatregel Alcohol wordt bevestigd.