ECLI:NL:RVS:2025:2277
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak Raad van State inzake vaststelling inkomen en toevoegingen
Verzoeker heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om herziening van haar uitspraak van 8 november 2023, waarin het hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank Den Haag werd ongegrond verklaard. De onderliggende zaken betroffen de vaststelling van het inkomen van verzoeker in de peiljaren 2015, 2016 en 2020 door de raad voor rechtsbijstand, het intrekken van toevoegingen voor gesubsidieerde rechtsbijstand en het opleggen van een eigen bijdrage.
De Afdeling overweegt dat herziening van een onherroepelijke uitspraak alleen mogelijk is op grond van feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, bij verzoeker niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Verzoeker heeft echter geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die betrekking hebben op de vastgestelde inkomens waarop de besluiten zijn gebaseerd.
Daarmee voldoet het verzoek niet aan de voorwaarden van artikel 8:119 Awb Pro en wordt het verzoek tot herziening afgewezen. Tevens wordt bepaald dat de raad voor rechtsbijstand geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak van 8 november 2023 wordt afgewezen.