ECLI:NL:RVS:2025:2109
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.M. Willems
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake overdracht asielaanvraag en verantwoordelijkheid volgens Dublinverordening
De zaak betreft een hoger beroep van de minister van Asiel en Migratie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vernietigde om betrokkene over te dragen aan België.
De kern van het geschil is welke lidstaat volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van betrokkene. De minister had betrokkene eerst geclaimd bij Duitsland, dat de verantwoordelijkheid op 10 november 2023 accepteerde. Nederland had de asielaanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk was, maar de overdracht aan Duitsland vond niet tijdig plaats.
Later ontving Nederland bericht dat België op 8 mei 2024 verantwoordelijk was geworden. De rechtbank oordeelde dat Nederland door het verstrijken van de overdrachtstermijn op 10 mei 2024 verantwoordelijk was, ondanks de latere informatie over België. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat op grond van het arrest B., F. en K. van het Hof van Justitie de verantwoordelijkheid op 8 mei 2024 op België is overgegaan en dat Nederland pas op 1 december 2024 verantwoordelijk werd door het verstrijken van de overdrachtstermijn tussen Nederland en België.
De Afdeling verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk omdat Nederland inmiddels de asielaanvraag in behandeling heeft genomen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.