ECLI:NL:RBDHA:2025:12297
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen overdrachtsbesluit op grond van chainrule-arrest in Dublinprocedure
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende in Nederland een asielaanvraag in nadat hij eerder verzoeken had ingediend in Bulgarije en Oostenrijk. Nederland had aanvankelijk besloten dat Bulgarije verantwoordelijk was voor de behandeling van zijn asielaanvraag. Na een voorlopige voorziening en een eerdere uitspraak die dit bevestigde, werd de overdracht van eiser aan Bulgarije aangekondigd.
Nadat Bulgarije verwees naar het chainrule-arrest van het Hof van Justitie, waarbij de verantwoordelijkheid was overgegaan op Oostenrijk, vroeg Nederland vervolgens aan Oostenrijk om eiser terug te nemen. Oostenrijk accepteerde dit na een second opinion. Verweerder nam daarop een overdrachtsbesluit om eiser aan Oostenrijk over te dragen.
Eiser stelde dat alleen Bulgarije verantwoordelijk kon zijn en dat het claimakkoord met Oostenrijk onterecht was. De rechtbank oordeelde dat het chainrule-arrest juist toepassing vond, dat de termijnen correct waren nageleefd en dat het claimakkoord geldig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het overdrachtsbesluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit aan Oostenrijk wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.