ECLI:NL:RVS:2025:1822
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake handhavingsverzoeken schutting, fietsenberging en bouwwerk in beschermd dorpsgezicht
Het college van burgemeester en wethouders van Oegstgeest wees handhavingsverzoeken af betreffende een schutting, fietsenberging, parkeren in de voortuin en een bouwwerk in de achtertuin van het perceel naast de woning van appellant. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond.
Appellant stelde dat de fietsenberging onderdeel is van de schutting en niet vergunningvrij mocht worden gebouwd, dat de bouwwerken het monumentale karakter van zijn woning aantasten, dat sprake is van een welstandsexces, en dat parkeren in de voortuin in strijd is met het bestemmingsplan. Ook wees hij op het hek dat over het trottoir opent en op brandveiligheidsrisico’s.
De Afdeling oordeelde dat de schutting vergunningvrij is gebouwd, maar dat de fietsenberging en het bouwwerk in de achtertuin niet vergunningvrij zijn omdat zij niet voldoen aan de voorwaarden van het Besluit omgevingsrecht. Het college heeft onterecht afgezien van handhaving. Daarnaast is het college tekortgeschoten door niet te beslissen op het handhavingsverzoek over het hek. Ook heeft het college onzorgvuldig gehandeld door het welstandsadvies zonder nadere toelichting te volgen. Het beroep is gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van het college worden vernietigd voor zover deze betrekking hebben op de fietsenberging, het hek over het trottoir en het bouwwerk in de achtertuin.