ECLI:NL:RVS:2025:1641
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over wijziging beperking verblijfsvergunning humanitair
Betrokkene, afkomstig uit Brazilië, vroeg wijziging van haar verblijfsvergunning van humanitair tijdelijk naar humanitair niet-tijdelijk, maar de minister wees dit af omdat zij niet voldeed aan de vereisten van het nieuwe en oude beleid. De rechtbank oordeelde dat de minister de juridische grondslag van haar besluiten onvoldoende had gemotiveerd en verklaarde het beroep gegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze uitspraak en oordeelt dat de minister de juridische grondslag wel degelijk kenbaar heeft gemaakt. Tevens stelt de Afdeling vast dat de verblijfsvergunning van betrokkene en de verlengingen daarvan op het oude beleid zijn gebaseerd, dat geëerbiedigd wordt, en niet op het nieuwe beleid dat sinds 1 oktober 2019 geldt.
Verder oordeelt de Afdeling dat het evenredigheidsbeginsel niet is geschonden omdat betrokkene onvoldoende heeft toegelicht waarom het toepassen van het oude beleid voor haar onevenredig bezwarend zou zijn. Ook is de klacht over schending van de hoorplicht in bezwaar gegrond, maar dit leidt niet tot vernietiging van het besluit.
Ten slotte veroordeelt de Afdeling de Staat tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en vergoeding van proceskosten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de wijziging van de verblijfsvergunning bevestigd.