ECLI:NL:RVS:2025:1507
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B. Meijer
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige ondernemer
Betrokkene, een Turkse vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking arbeid als zelfstandige voor het drijven van een groothandel. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af wegens onvoldoende overgelegde stukken om advies te vragen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
De rechtbank oordeelde dat de minister de hoorplicht had geschonden en dat het niet redelijk was om vast te houden aan het standpunt dat betrokkene niet aan het documentatievereiste voldeed, waarna het bezwaar werd toegewezen. De minister stelde hoger beroep in.
De Afdeling oordeelt dat de minister terecht van horen mocht afzien omdat betrokkene geen nieuwe stukken of verklaringen overlegde waarom de gevraagde stukken ontbreken. Tevens was het aan betrokkene om de benodigde stukken te overleggen. De rechtbank had ten onrechte een eigen oordeel gegeven over de volledigheid van de aanvraag. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.