ECLI:NL:RVS:2025:1417
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na onrechtmatige uitschrijving uit basisregistratie personen
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek om schadevergoeding vanwege een onrechtmatige uitschrijving uit de basisregistratie personen door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag.
Appellant stond ingeschreven op een adres waar hij vermoedelijk niet meer woonde. Na huisbezoeken en een adresonderzoek schreef het college hem uit. Appellant stelde dat dit onrechtmatige besluit leidde tot financiële schade, waaronder verlies van toeslagen, huurachterstand en verhuiskosten.
De rechtbank wees het verzoek af wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van een oorzakelijk verband. In hoger beroep bevestigt de Afdeling dat het college een rechtmatig besluit had kunnen nemen met vergelijkbare gevolgen en dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat de schade het gevolg is van het onrechtmatige besluit.
Ook de vermeende schadeposten zoals terugvordering van toeslagen, huurachterstand en verhuiskosten zijn niet voldoende onderbouwd of direct toe te rekenen aan het besluit. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding bevestigd.