ECLI:NL:RVS:2025:1315
Raad van State
- Hoger beroep
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- B.P. Vermeulen
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatievergunning coffeeshop wegens ernstig gevaar op strafbare feiten
De burgemeester van Waalwijk trok op 17 november 2020 de exploitatievergunning in van een coffeeshop aan de [locatie] te Waalwijk, nadat een Bibob-onderzoek ernstige aanwijzingen opleverde dat de exploitant strafbare feiten had gepleegd, waaronder overtredingen van de Opiumwet en witwassen. De exploitant had sinds 2006 een horecavergunning en een gedoogbeschikking die in 2018 was verlopen.
De burgemeester baseerde de intrekking op artikel 3 van Pro de Wet Bibob en artikel 1:6 van Pro de APV Waalwijk, waarbij het ernstige gevaar bestond dat de vergunning mede zou worden gebruikt voor strafbare feiten. De rechtbank verklaarde het beroep van de exploitant tegen de intrekking ongegrond, waarbij onder meer werd geoordeeld dat de overtredingen van de Opiumwet mochten worden betrokken bij de beoordeling en dat de onschuldpresumptie niet was geschonden.
In hoger beroep betoogde de exploitant dat de overtredingen van de Opiumwet niet mee mochten wegen, dat de burgemeester onterecht de transactievoorstellen had betrokken en dat de intrekking niet evenredig was vanwege het maatschappelijke belang van coffeeshops. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp deze bezwaren, oordeelde dat de burgemeester bevoegd was de vergunning in te trekken en dat de intrekking proportioneel was gezien het gevaar en de ernst van de feiten.
De Afdeling bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De exploitant hoeft geen proceskosten te ontvangen.
Uitkomst: De intrekking van de exploitatievergunning voor de coffeeshop wordt bevestigd wegens ernstig gevaar op strafbare feiten.