ECLI:NL:RVS:2025:1212
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- J.J.W.P. van Gastel
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geboortedatum vreemdeling bij leeftijdsvaststelling in asielprocedure
De zaak betreft een Eritrese vreemdeling die asiel heeft aangevraagd met een geboortedatum in 2003, waardoor hij minderjarig zou zijn bij de aanvraag. De minister van Asiel en Migratie twijfelt aan deze leeftijd vanwege eerdere registraties in Italië met andere geboortedata uit 1999 en 2001. Na een eerdere vernietiging door de rechtbank moest de minister nader onderzoek doen naar de leeftijdsregistratie in Italië.
De rechtbank stelde vast dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom hij uitging van de Italiaanse registratie en stelde zelf de geboortedatum vast op basis van een doopakte. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet volledig van toepassing is, maar dat de minister wel het vermoeden van minderjarigheid kan ontzenuwen door zorgvuldig onderzoek.
De Afdeling concludeert dat de minister voldoende onderzoek heeft gedaan en dat de leeftijdsregistraties in Italië, ondanks enkele onduidelijkheden over tolking en verslaglegging, niet zonder meer terzijde kunnen worden geschoven. De vreemdeling had de mogelijkheid om zijn leeftijd te corrigeren maar deed dat niet. De kopie van de doopakte is niet doorslaggevend omdat de vreemdeling zijn verklaring pas aanpaste nadat hij het document overhandigde.
Hierdoor is het oordeel van de rechtbank dat de minister onvoldoende had gemotiveerd onjuist. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraken van de rechtbank worden vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.