ECLI:NL:RVS:2024:974
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering rechtbankuitspraak inzake machtiging voorlopig verblijf vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 5 januari 2022 een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit op 25 oktober 2023 en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De voorzieningenrechter overwoog dat de beoordeling van de grieven nader onderzoek vereist en dat deze procedure zich daarvoor niet leent.
Gelet op de belangen van beide partijen werd de voorlopige voorziening toegekend, waardoor de staatssecretaris niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Raad van State in hoger beroep heeft beslist. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.