ECLI:NL:RVS:2023:4501
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vernietiging besluit machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 5 januari 2022 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar, dat bij besluit van 23 januari 2023 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was voor het treffen van de voorlopige voorziening, mede omdat de staatssecretaris binnen negentien weken een nieuw besluit moet nemen en geen andere dringende omstandigheden had gesteld. Het verzoek werd afgewezen en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 837,00.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.