ECLI:NL:RVS:2024:938
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursdwang bij wegslepen voertuig wegens overtreding parkeerverbod en noodzakelijkheid
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 22 februari 2021 bestuursdwang toegepast door het voertuig van appellant weg te slepen vanwege een overtreding van een tijdelijk parkeerverbod aangegeven met bord E1. De kosten van €306 zijn op appellant verhaald. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit en stelde dat het college ten onrechte van hem heeft afgezien om gehoord te worden en dat het wegslepen niet noodzakelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat appellant terecht heeft gesteld dat hij al in zijn bezwaarschrift kenbaar heeft gemaakt telefonisch gehoord te willen worden, zodat het college ten onrechte mocht afzien van het horen. Dit gebrek wordt echter gepasseerd omdat appellant in de beroepsprocedure de gelegenheid heeft gekregen zijn standpunten mondeling toe te lichten, maar daarvan geen gebruik heeft gemaakt.
Daarnaast oordeelt de Afdeling dat het wegslepen van het voertuig noodzakelijk was vanwege het parkeerverbod en de belemmering van de wegwerkzaamheden, zoals bevestigd door de verklaring van de verbalisant en de foto's. Het college had geen verplichting appellant vooraf te waarschuwen of een termijn te stellen om het wegslepen te voorkomen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot bestuursdwang wordt bevestigd.