ECLI:NL:RVS:2024:824
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningvoorschrift geluidwerend scherm bij kinderopvang in Scheemda
Appellante exploiteert een kinderopvang op een perceel in Scheemda en wilde deze uitbreiden tot een kleinschalig kindercentrum voor maximaal 10 kinderen. Omdat het bestemmingsplan dit niet toestond, vroeg zij een omgevingsvergunning aan, die aanvankelijk werd geweigerd. Na bezwaar verleende het college alsnog de vergunning, maar stelde een voorschrift dat een geluidwerend scherm van 40 meter lengte moest worden geplaatst langs de perceelsgrens aan de zijde van een nabijgelegen locatie.
Appellante maakte bezwaar tegen dit voorschrift en voerde aan dat het akoestisch onderzoek waarop het voorschrift was gebaseerd gebrekkig was, onder meer omdat het was gebaseerd op prognoses en rekenmodellen zonder metingen in de bestaande situatie. Ook betwistte zij de noodzaak en de lengte van het scherm. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt anders.
De Afdeling stelt vast dat het college abusievelijk een scherm van 40 meter voorschreef, terwijl op grond van het akoestisch onderzoek een scherm van 16,95 meter voldoende is. Verder acht de Afdeling het akoestisch onderzoek zorgvuldig en gebaseerd op betrouwbare bronnen en gangbare methoden. De bezwaren van appellante tegen het onderzoek en de noodzaak van het scherm worden niet gevolgd. De Afdeling vernietigt het besluit voor zover het voorschrift B2b betreft en past het voorschrift aan tot een scherm van 16,95 meter lengte. Daarnaast veroordeelt zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het voorschrift over de lengte van het geluidwerend scherm wordt vernietigd en aangepast van 40 meter naar 16,95 meter.