ECLI:NL:RVS:2024:588
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring bezwaar tegen besluit rechtmatig verblijf vreemdeling
Bij besluit van 11 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf heeft op grond van het Unierecht en hem opgedragen Nederland binnen vier weken te verlaten. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 3 maart 2023 ongegrond werd verklaard door de staatssecretaris.
De vreemdeling stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 november 2023 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen aanleiding geeft tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond.