ECLI:NL:RBDHA:2023:17919
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijderingsmaatregel en rechtmatig verblijf werkzoekende Unieburger
Eiser, een Poolse Unieburger, verbleef sinds februari 2021 in Nederland en was elf maanden werkzaam in de bloemenbranche. Na herhaalde contacten met politie en justitie stelde de Staatssecretaris vast dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf als werkzoekende op grond van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000, en legde een verwijderingsmaatregel op.
Eiser voerde aan dat hij wel werk zoekt en een reële kans op werk heeft, ondersteund door hulp van een opvanginstelling, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van sollicitatiebewijzen en communicatie het ontbreken van een reële kans op werk bevestigt. Ook de belangenafweging van verweerder, waarbij onder meer het korte verblijf, beperkte banden met Nederland, crimineel verleden en gebruik van publieke middelen werden meegewogen, werd als rechtmatig beoordeeld.
De stelling dat het Openbaar Ministerie betrokken had moeten worden bij de verwijderingsmaatregel werd verworpen omdat dit alleen bij uitzetting verplicht is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de verwijderingsmaatregel.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verwijderingsmaatregel wegens ontbreken rechtmatig verblijf.