ECLI:NL:RVS:2024:5276
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens nalaten proceskostenvergoeding in asielzaak
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 11 oktober 2024 niet in behandeling werd genomen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond op 25 november 2024. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank terecht een motiveringsgebrek had vastgesteld in het besluit van de minister, maar onterecht geen proceskostenveroordeling had uitgesproken. Op grond van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht had de rechtbank de minister moeten veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt in verband met de behandeling van het beroep.
De Raad van State vernietigde daarom het bestreden deel van het vonnis en bevestigde het overige. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van € 2.625,00 aan proceskosten, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 2.625,00 aan proceskosten wegens het nalaten van een proceskostenveroordeling door de rechtbank.