ECLI:NL:RVS:2024:5251
Raad van State
- Hoger beroep
- P.H.A. Knol
- J.M.L. Niederer
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over natuurvergunning veehouderij nabij Natura 2000-gebied
Bij besluit van 29 december 2020 verleende het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een natuurvergunning voor wijziging van een veehouderij nabij het Natura 2000-gebied Leenderbos, Groote Heide en De Plateaux. Deze vergunning werd later ingetrokken en geweigerd op grond van interne saldering. De rechtbank Oost-Brabant vernietigde deze besluiten omdat het college ten onrechte de gevolgen van het weiden van melkvee niet had beoordeeld.
In hoger beroep betoogde appellante sub 2 dat appellant sub 1 en wederpartij sub 2 geen belanghebbenden waren en dat de rechtbank ten onrechte het relativiteitsvereiste niet toepaste. De Afdeling oordeelt dat appellant sub 1 geen belang heeft bij de bescherming van het Natura 2000-gebied omdat dit niet tot zijn leefomgeving behoort, waardoor zijn beroep ongegrond is. Het hoger beroep van appellante sub 2 is gegrond, waardoor de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het beroep van appellant sub 1 betreft.
Tegen het besluit van 24 november 2022 zijn beroepen van rechtswege ontstaan. Deze beroepen van appellant sub 1 en wederpartij sub 2 worden ongegrond verklaard. De Afdeling wijst een schadevergoeding toe aan appellant sub 1 wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij de Staat der Nederlanden en het college ieder een deel betalen. Het onderzoek wordt heropend voor een afzonderlijke uitspraak over het beroep van de Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant sub 1 wordt ongegrond verklaard, dat van appellante sub 2 gegrond, met vernietiging van de uitspraak rechtbank voor zover appellant sub 1 betreft en toekenning van schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.