ECLI:NL:RVS:2024:1411
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bestuursrechtelijke procedure
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 3 april 2024 uitspraak gedaan over een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in een bestuursrechtelijke procedure. De verzoekers, drie personen wonend te Uddel, hadden beroep ingesteld tegen een besluit van 2 november 2018. De redelijke termijn van vier jaar werd overschreden doordat het hoger beroep bij de Afdeling langer dan twee jaar duurde.
De Afdeling stelde vast dat de overschrijding van ruim vier maanden geheel aan de Afdeling zelf is toe te rekenen. Uitgaande van een forfaitair bedrag van €500 per half jaar overschrijding, zou ieder van de drie verzoekers recht hebben op €500. Gezien het gezamenlijk procederen werd dit bedrag gematigd tot €166,67 per persoon, met een minimum van 25% van het oorspronkelijke bedrag, conform jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Daarnaast werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €437, welke geheel toe te rekenen zijn aan de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige behandeling van bestuursrechtelijke procedures en de mogelijkheid tot vergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €166,67 per verzoeker wegens overschrijding van de redelijke termijn.