ECLI:NL:RVS:2024:5136
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Vaststelling wijzigingsplan voor drie woningen buiten behandeling gesteld door college Leiderdorp
Appellante sub 1 diende op 31 juli 2018 een aanvraag in voor een wijzigingsplan om drie vrijstaande woningen te bouwen op haar perceel in Leiderdorp. Het college van burgemeester en wethouders stelde de aanvraag buiten behandeling wegens onvolledigheid. Appellant sub 2, zoon van appellante sub 1 en toekomstige bewoner, stelde bezwaar tegen dit besluit, dat niet-ontvankelijk werd verklaard. Appellante sub 1 stelde eveneens bezwaar tegen de buitenbehandelingstelling en de afwijzing van haar ingebrekestelling wegens het niet tijdig beslissen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant sub 2 geen rechtstreeks belang had bij het besluit omdat hij geen eigenaar was van het perceel en zijn toekomstige eigendom niet contractueel was vastgelegd. Daarom was zijn bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het college mocht de aanvraag van appellante sub 1 buiten behandeling stellen omdat essentiële onderzoeken en gegevens ontbraken, ondanks haar betoog dat de aanvraag volledig was. De geboden termijn van bijna twee maanden om de aanvraag aan te vullen was voldoende.
Verder werd geoordeeld dat het college het vertrouwensbeginsel niet had geschonden en geen sprake was van détournement de pouvoir. De dwangsom wegens het niet tijdig beslissen was correct vastgesteld omdat het besluit tot buitenbehandelingstelling geen beschikking is. Wel werd het besluit van 25 januari 2022, waarin het bezwaar tegen de afwijzing van de ingebrekestelling ongegrond werd verklaard, vernietigd omdat die afwijzing niet als besluit kon worden aangemerkt. De Afdeling verklaarde het bezwaar tegen die brief niet-ontvankelijk en bepaalde dat het griffierecht aan appellante sub 1 wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 2 en het beroep van appellante sub 1 tegen de buitenbehandelingstelling worden ongegrond verklaard; het besluit tot afwijzing van de ingebrekestelling wordt vernietigd.