ECLI:NL:RVS:2024:4797
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 21 maart 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 4 april 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit hoger beroep richtte zich op een rechtsvraag die reeds eerder door de Afdeling was beantwoord, namelijk de redelijkheid van het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe gronden bevatte die rechtvaardigen de eerdere uitspraak te vernietigen. Ambtshalve zag de Afdeling ook geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdeling bevestigd.