ECLI:NL:RVS:2024:4615
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over handhaving paardrijbakken in Kootwijk
Het college van burgemeester en wethouders van Barneveld wees in 2018 een verzoek tot handhaving af tegen overtredingen bij paardrijbakken op een perceel in Kootwijk. Na bezwaar en een dwangsom besloot het college in 2020 het paardensportcentrum te gelasten de overtredingen te beëindigen. De rechtbank verklaarde het beroep van het paardensportcentrum gegrond en vernietigde het besluit, maar handhaafde deels de rechtsgevolgen.
Zowel het paardensportcentrum als de omwonenden stelden hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte zelf in de zaak heeft voorzien door rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten, terwijl het college nog een nieuwe vergunningprocedure kon doorlopen. Daarnaast stelde de Afdeling vast dat sommige paardrijbakken bouwwerken zijn waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, en dat het college bevoegd is handhavend op te treden.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover daarin de rechtsgevolgen van het besluit gedeeltelijk in stand zijn gelaten en bepaalde dat het college een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Tevens werden proceskosten en griffierechten aan de appellanten toegekend.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand zijn gelaten en het college moet een nieuw besluit nemen.