ECLI:NL:RVS:2024:46
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- J.M.L. Niederer
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor berging naast woning in Assendelft
Appellant, eigenaar van meerdere percelen in Assendelft, vroeg een omgevingsvergunning aan voor het bouwen van een berging op een perceel naast zijn woning. Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad weigerde deze vergunning omdat de berging niet als bijbehorend bouwwerk kon worden aangemerkt en het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de percelen als één perceel moesten worden beschouwd en dat de berging vergunningvrij kon worden gebouwd. Tevens voerde hij aan dat het bouwplan niet in strijd was met het bestemmingsplan en dat het college ten onrechte geen afwijking van het bestemmingsplan had toegestaan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de percelen niet als één geheel kunnen worden gezien vanwege de feitelijke situatie en de ligging van een andere woning tussen de percelen.
Verder is de berging geen bijbehorend bouwwerk in de zin van het Besluit omgevingsrecht, waardoor een vergunning vereist is. De Raad van State bevestigde ook dat het college terecht heeft geweigerd af te wijken van het bestemmingsplan, waarbij het belang van het open karakter van het landschap zwaarder woog dan het belang van appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.