ECLI:NL:RVS:2024:4461
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft op 15 april 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen. Hiertegen heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 25 juni 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. De minister diende een nader stuk in ter onderbouwing van het besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft bij uitspraak op 5 november 2024 het hoger beroep behandeld en besloten geen voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de verblijfsvergunningaanvraag is afgewezen.