ECLI:NL:RVS:2024:440
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering veiligheidssituatie Oekraïne
De vreemdelingen, staatloos geworden na het uiteenvallen van de voormalige Sovjet-Unie, verblijven sinds 2008 onrechtmatig in Nederland en vroegen om een reguliere verblijfsvergunning. De staatssecretaris wees deze aanvragen af, met als motivering dat het belang van de Nederlandse overheid zwaarder woog, mede omdat de vreemdelingen in Oekraïne zijn opgegroeid en daar hun privéleven kunnen voortzetten.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond, stellende dat de actuele veiligheidssituatie in Oekraïne niet in de beoordeling kon worden betrokken omdat de toetsing ex tunc plaatsvindt. De vreemdelingen stelden in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de veiligheidssituatie niet heeft betrokken, aangezien zij reeds in hun bezwaarschrift van maart 2020 verwezen naar het conflict in de oblast Donetsk.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris dit punt niet deugdelijk heeft gemotiveerd en dat de rechtbank dit heeft miskend. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het hoger beroep gegrond verklaard, en het besluit van 24 december 2020 vernietigd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 24 december 2020 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de veiligheidssituatie in Oekraïne.