ECLI:NL:RVS:2024:4239
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- N. Verheij
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 28 maart 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling benoemde een deskundige die op 3 september 2024 verslag uitbracht. Tijdens de zitting van 11 september 2024 werden partijen gehoord.
De Afdeling oordeelde dat de aangevoerde grieven niet tot vernietiging van het vonnis leiden, mede omdat de rechtsvragen reeds eerder zijn beantwoord in soortgelijke zaken. De rechtsgeldigheid van de elektronische handtekening onder de maatregel van bewaring werd bevestigd. De Afdeling ziet geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarmee de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.