ECLI:NL:RVS:2024:3951
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- W. den Ouden
- J.M. Willems
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over beoordelingsrapport en onafhankelijkheid bij versterking woning Groningen
De zaak betreft een geschil over de beoordeling van de veiligheid van een vrijstaande villaboerderij in Groningen, gelegen in een aardbevingsgebied. De staatssecretaris Herstel Groningen stelde vast dat de woning voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden, gebaseerd op een beoordelingsrapport van BBC Bouwmanagement volgens de NPR:9998:2020. Appellant betwistte dit en stelde onder meer dat de beoordeling te laat plaatsvond, dat de HRA niet als basis mocht dienen, en dat de onafhankelijkheid van de deskundige onduidelijk is.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de bevoegdheid om in eerste en enige aanleg te oordelen over het beroep en oordeelt dat de wijziging van de Tijdelijke wet Groningen niet in strijd is met het fair trial-beginsel van artikel 6 EVRM Pro. De Afdeling erkent de vertraging en onzekerheid in het versterkingsproces, maar acht de toepassing van de actuele beoordelingsmethode NPR:9998:2020 juist. De HRA mag als prioriteringsinstrument worden gebruikt.
De Afdeling wijst appellant's betoog af dat de besluitvorming integraal met het Instituut Mijnbouwschade had moeten plaatsvinden, omdat de schadeafhandeling en versterking verschillende trajecten zijn. Wel oordeelt de Afdeling dat de staatssecretaris onvoldoende heeft aangetoond wie de deskundige is die het beoordelingsrapport opstelde en hoe diens onafhankelijkheid en onpartijdigheid zijn gewaarborgd, wat in strijd is met artikel 3:2 en Pro 7:12 Awb.
De Afdeling draagt de staatssecretaris op binnen twaalf weken het gebrek te herstellen door de naam van de opsteller(s) van het advies kenbaar te maken, de eisen aan onafhankelijkheid en onpartijdigheid te verduidelijken en de uitkomst aan appellant en de Afdeling mee te delen, met een eventueel nieuw besluit. Over proceskosten wordt in de einduitspraak beslist.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt opgedragen binnen twaalf weken het gebrek in het besluit te herstellen door de naam van de opsteller(s) van het advies kenbaar te maken en de onafhankelijkheid te waarborgen.