ECLI:NL:RVS:2024:3668
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B.P. Vermeulen
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vergunningenstop voor exploitatie waterfietsen in Amsterdam
Rederij Lovers heeft op 11 juni 2021 een aanvraag ingediend voor een exploitatievergunning voor 250 waterfietsen in Amsterdam. Het college wees deze aanvraag af omdat deze buiten de vastgestelde aanvraagperiode viel, zoals bepaald in de Regeling op het binnenwater 2020 (Rob). De rechtbank verklaarde het beroep van Rederij Lovers ongegrond en bevestigde de vergunningenstop.
Rederij Lovers voerde in hoger beroep aan dat de vergunningenstop onredelijk en onrechtmatig is, omdat deze voor onbepaalde tijd geldt en het college sinds 2017 geen beleid voor waterfietsen heeft ontwikkeld. Tevens stelde zij dat het college een onrechtmatig monopolie in stand houdt en dat er wel degelijk uitzicht was op vergunningverlening volgens eerdere nota’s.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de vergunningenstop niet vergelijkbaar is met eerdere onredelijke vergunningenstops, omdat hier geen strijd met de Dienstenrichtlijn speelt. Het college heeft de vergunningenstop gemotiveerd als onderdeel van het proces om nieuw beleid te formuleren, waarbij eerst prioriteit is gegeven aan de gemotoriseerde passagiersvaart. De vertraging in beleidsvorming door de coronacrisis is begrijpelijk en het onderzoek naar het binnenwatergebruik noodzakelijk.
De Afdeling bevestigt dat de aanvraag terecht is afgewezen en dat de vergunningenstop rechtmatig is. Rederij Lovers kan in een toekomstige uitgifteronde binnen de dan geldende aanvraagperiode een vergunning aanvragen indien exploitatie van waterfietsen wordt toegestaan.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de rechtmatigheid van de vergunningenstop en wijst het hoger beroep van Rederij Lovers af.