ECLI:NL:RVS:2024:3515
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdeling door Raad van State na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 13 maart 2024 in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Eerder beantwoorde rechtsvragen over tijdelijke plaatsing in een politiecel na inbewaringstelling werden bevestigd. De Afdeling vond geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 28 augustus 2024.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en bewaring bevestigd zonder proceskostenveroordeling.