ECLI:NL:RVS:2024:3476
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijke beslistermijnen bij aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
De vreemdeling en referent hebben hoger beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank had eerder een beslistermijn van acht weken, dan wel twintig weken bij nader onderzoek, opgelegd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat deze termijn onvoldoende is gemotiveerd en stelt dat een standaardtermijn van vier weken redelijk is, die kan worden verlengd tot acht weken bij herstel van verzuimen, zestien weken bij nader onderzoek, en twintig weken indien beide van toepassing zijn.
De Afdeling bevestigt dat de termijn begint te lopen vanaf de uitspraak van de rechtbank en niet vanaf de datum van het hoger beroep. Verder wordt het hoger beroep gegrond verklaard en wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover deze de beslistermijn op acht weken stelt. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De zaak betreft de beoordeling van redelijke beslistermijnen bij een mvv-aanvraag in het kader van vreemdelingenrecht, waarbij de Afdeling het belang van een zorgvuldige en tijdige besluitvorming benadrukt en de noodzaak van een deugdelijke motivering van beslistermijnen onderstreept.
Uitkomst: De Afdeling stelt redelijke beslistermijnen vast en vernietigt de langere termijn van de rechtbank.