ECLI:NL:RVS:2024:3408
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om overkomst naar Nederland wegens niet voldoen aan criteria speciale voorziening EUPOL
Appellanten, Afghaanse nationaliteit houdend en verblijvend in Afghanistan, verzochten de minister van Buitenlandse Zaken om hun overkomst naar Nederland te faciliteren op grond van hun werkzaamheden voor de European Union Police Mission (EUPOL) in Afghanistan.
De minister wees het verzoek af omdat appellanten niet vielen onder de in een Kamerbrief omschreven speciale voorziening, die geldt voor medewerkers die structureel substantiële werkzaamheden hebben verricht voor een Nederlandse functionaris van EUPOL in een voor het publiek zichtbare functie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellanten gingen in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij structureel substantiële werkzaamheden voor een specifieke Nederlandse functionaris van EUPOL hebben verricht. Ook was niet voldaan aan het criterium van een voor het publiek zichtbare functie. Verder waren de aangevoerde bijzondere omstandigheden onvoldoende om van het beleid af te wijken. De hoorplicht van de minister was niet geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van het verzoek om overkomst wordt bevestigd.