ECLI:NL:RVS:2024:3394
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- J.J.W.P. van Gastel
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhavingsverzoek bouw woning wegens onvoldoende belang appellant
Appellant, eigenaar van een woning in Vinkeveen gebouwd door een bouwbedrijf, verzocht het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen om handhavend op te treden tegen het bouwbedrijf wegens overtredingen van de Wabo en het Bouwbesluit 2012. Het college wees dit verzoek af, en handhaafde die afwijzing in het besluit op bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, omdat appellant een schikking met het bouwbedrijf had getroffen en geen resterende schade aannemelijk had gemaakt.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel belang heeft omdat hij schade heeft geleden die hij op de gemeente wil verhalen, aangezien de schikking met het bouwbedrijf niet alle schade dekt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant met zijn uiteenzetting over diverse kostenposten tot op zekere hoogte aannemelijk heeft gemaakt dat hij schade heeft geleden als gevolg van het niet-handhavend optreden door het college, en dat die schade niet volledig is vergoed door het bouwbedrijf.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat het college ten onrechte heeft afgezien van handhaving van de overtreding van het Bouwbesluit 2012 betreffende de fundering van de woning. Hoewel herstel ingrijpend is, is handhaving niet onevenredig en was herstel nog mogelijk. De Afdeling vernietigt het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd vanwege onterecht afgewezen handhavingsverzoek.