ECLI:NL:RVS:2024:3392
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering omzettingsvergunning woonruimte Nijmegen wegens strijd zorgvuldigheidsbeginsel
De zaak betreft een vergunningaanvraag van een eigenaar in Nijmegen om een zelfstandige woonruimte om te zetten in vier onzelfstandige wooneenheden. Het college weigerde de vergunning op grond van beleidsregels en overgangsrecht. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze uitspraak omdat het college wel een deugdelijke onderbouwing voor de vergunningplicht heeft gegeven.
De Afdeling oordeelt dat het college de belangen van de eigenaar onvoldoende heeft meegewogen bij het invoeren van de vergunningplicht, waardoor het besluit van 7 december 2018 in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en daarom vernietigd moet worden. Het college heeft vervolgens onder voorwaarden alsnog een vergunning verleend, wat door de eigenaar werd bestreden, maar dit beroep wordt ongegrond verklaard.
Daarnaast is de redelijke termijn voor de procedure overschreden, waardoor de Staat wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van € 2.500 aan de eigenaar. De Afdeling veroordeelt ook het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee is de procedure definitief afgerond.
Uitkomst: Het besluit van 7 december 2018 wordt vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel; het beroep tegen het besluit van 8 november 2021 wordt ongegrond verklaard.