ECLI:NL:RVS:2024:3384
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding planschade na inwerkingtreding bestemmingsplan Binnenring te Heerlen
Appellant verzocht om vergoeding van planschade veroorzaakt door het bestemmingsplan Binnenring, dat leidde tot waardevermindering van zijn perceel in Heerlen. Het college van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af, wat door appellant werd aangevochten. Na eerdere procedures en vernietigingen, stelde de Afdeling vast dat de waardevermindering niet voor vergoeding in aanmerking komt omdat de planologische wijziging bij aankoop van het perceel in 2000 voorzienbaar was.
De Afdeling overwoog dat appellant het perceel bewust en vrijwillig heeft gekocht, ondanks de familierelatie met de verkoper. De situatie werd niet gelijkgesteld aan verwerving onder algemene titel, waarbij voorzienbaarheid niet wordt tegengeworpen. De Afdeling verwierp het betoog dat de situatie van appellant vergelijkbaar is met eerdere jurisprudentie die anders oordeelde.
De Afdeling concludeerde dat zelfs als er sprake zou zijn van waardevermindering, deze niet vergoed hoeft te worden omdat appellant het risico van de planologische wijziging heeft aanvaard. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het college werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van vergoeding van planschade wordt ongegrond verklaard.