ECLI:NL:RVS:2024:3294
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek overkomst Afghanistan op grond van speciale voorziening
De appellant, een voormalige bewaker van de Nederlandse krijgsmacht in Afghanistan, verzocht de minister van Buitenlandse Zaken om zijn overkomst naar Nederland te faciliteren. Dit verzoek werd afgewezen omdat hij niet onder de speciale voorziening viel die geldt voor meldingen en hulpverzoeken tot uiterlijk 11 oktober 2021. De rechtbank vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand. De appellant ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelt dat de minister terecht een afgebakende groep van circa 500 Afghanen hanteert die zich tijdig hebben gemeld en dat het verzoek van appellant, ingediend in september 2022, buiten deze groep valt. Het beroep op willekeur, gelijkheidsbeginsel, overmacht en gevaar faalt. De minister heeft beleidsruimte om een einddatum te stellen en het feit dat appellant zich later meldde maakt dat hij niet onder de regeling valt.
De rechtbank heeft de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit terecht in stand gelaten omdat het besluit na motivering de rechterlijke toets kan doorstaan. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.