ECLI:NL:RVS:2024:322
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel op basis van Braziliaanse nationaliteit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 19 februari 2022 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, omdat Brazilië als veilig land van herkomst werd beschouwd. De vreemdeling, die oorspronkelijk staatloos was en later de Braziliaanse en Syrische nationaliteit verkreeg, stelde dat hij niet langer de Braziliaanse nationaliteit bezit.
De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris, waarbij zij oordeelde dat de vreemdeling aannemelijk had gemaakt zijn Braziliaanse nationaliteit te zijn verloren of te zullen verliezen bij contact met de Braziliaanse autoriteiten. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het aan de Braziliaanse autoriteiten is om het bezit van de nationaliteit te beoordelen en dat het enkel verwijzen naar de Braziliaanse Grondwet onvoldoende bewijs is voor verlies van de nationaliteit. Daarom vernietigde de Afdeling het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de staatssecretaris gegrond. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.