ECLI:NL:RVS:2024:3201
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat bakkerij geen detailhandel mag zijn op perceel met functieaanduiding bedrijf in bestemmingsplan Transvaal
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag weigerde een omgevingsvergunning voor het veranderen van een bedrijfsruimte tot winkel op een perceel met de bestemming 'Wonen' en functieaanduiding 'bedrijf'. De huurder exploiteerde daar een bakkerij en broodjeszaak en stelde dat dit gebruik binnen de functieaanduiding 'bedrijf' viel, terwijl het college dit als detailhandel aanmerkte, wat niet was toegestaan.
De rechtbank oordeelde dat de bakkerij wel als bedrijf viel en vernietigde het besluit van het college, maar het college ging in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat het bestemmingsplan onderscheid maakt tussen functieaanduidingen 'bedrijf' en 'detailhandel', en dat detailhandel niet is toegestaan op een perceel met de aanduiding 'bedrijf'. Dit volgt uit de plansystematiek en wordt ondersteund door de plantoelichting en nota van zienswijzen.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de huurder niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat hij niet langer huurder is. Het hoger beroep van het college werd gegrond verklaard, waardoor het college geen griffierecht hoeft te betalen en geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de huurder wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang; het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.