ECLI:NL:RVS:2024:3112
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens overslaan zienswijzeprocedure in toeslagenherbeoordeling
Appellant heeft in januari 2021 verzocht om herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag over 2014-2016. Bij besluit van 10 augustus 2022 is hij voor 2016 als gedupeerde van de toeslagenaffaire erkend en gecompenseerd met €30.000, terwijl hij voor 2014 en 2015 niet als gedupeerde werd aangemerkt.
Appellant diende op 28 oktober 2022 een verzoek om schadevergoeding in bij de Belastingdienst/Toeslagen wegens het overslaan van de zienswijzeprocedure voorafgaand aan het definitieve compensatiebesluit. De Belastingdienst wees dit verzoek af op 3 maart 2023. De rechtbank verklaarde het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en verklaarde het beroep tegen de afwijzing ongegrond.
In hoger beroep stelt appellant dat het overslaan van de zienswijzeprocedure onrechtmatig is en dat hij daardoor schade heeft geleden, onder meer door mislopen dwangsommen. De Afdeling oordeelt dat het overslaan van de zienswijzeprocedure niet onrechtmatig is en dat de rechtbank terecht het verzoek om schadevergoeding heeft afgewezen. Ook is er geen sprake van partijdigheid van de rechtbank. De proceskostenvergoeding is eveneens toereikend vastgesteld.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De procedurekostenveroordeling wordt ingetrokken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het schadeverzoek bevestigd.