ECLI:NL:RVS:2024:269
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete en last onder dwangsom wegens onrechtmatige onttrekking woning aan woonvoorraad
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan [appellante], eigenaar van een woning aan de [locatie], een boete van €20.500 en een last onder dwangsom van €50.000 op wegens het zonder vergunning onttrekken van de woning aan de woonvoorraad door verhuur aan toeristen via Airbnb.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, stellende dat zij onvoldoende toezicht hield en daarmee de overtreding toerekenbaar was. [appellante] stelde in hoger beroep dat zij geen medewerking heeft verleend aan de illegale verhuur en dat de daadwerkelijke overtreder [persoon A] is.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende heeft bewezen dat [appellante] de overtreding heeft aanvaard. De verhuur via Airbnb valt niet onder de normale bedrijfsvoering van [appellante], en het enkele feit dat onderverhuur was toegestaan in de huurovereenkomst betekent niet dat illegale toeristische verhuur werd geaccepteerd.
Daarom vernietigt de Afdeling de bestreden besluiten en herroept de boete en last onder dwangsom. Tevens veroordeelt zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan [appellante].
Uitkomst: De boete en last onder dwangsom worden vernietigd en de besluiten herroepen omdat niet is aangetoond dat de eigenaar de overtreding heeft aanvaard.