ECLI:NL:RVS:2024:2535
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens alsnog in behandeling nemen asielaanvraag
De vreemdeling had bij besluit van 11 maart 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, welke dit beroep op 12 april 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Na het instellen van het hoger beroep heeft de staatssecretaris de asielaanvraag alsnog in behandeling genomen. Hierdoor heeft de vreemdeling feitelijk bereikt wat hij met het hoger beroep beoogde, namelijk de inhoudelijke behandeling van zijn aanvraag. De Afdeling oordeelt daarom dat de vreemdeling onvoldoende belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.
Het hoger beroep wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden omdat hij niet aan de vreemdeling is tegemoetgekomen, maar de aanvraag als gevolg van tijdsverloop alsnog heeft behandeld. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 21 juni 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag inmiddels alsnog in behandeling is genomen.