ECLI:NL:RVS:2024:2534
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang bij asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de asielaanvraag van de vreemdeling aanvankelijk niet in behandeling, omdat Oostenrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk was. Nadat de vreemdeling hoger beroep instelde tegen deze beslissing, gaf de staatssecretaris aan de aanvraag alsnog zelf in behandeling te nemen vanwege het verstrijken van de overdrachtstermijn aan Oostenrijk.
De vreemdeling handhaafde zijn hoger beroep, maar de Raad van State oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van een voldoende belang bij een inhoudelijke beoordeling. Immers, het doel van het beroep was bereikt doordat de aanvraag alsnog in behandeling werd genomen.
Daarnaast werd overwogen dat geen proceskostenveroordeling tegen de staatssecretaris wordt uitgesproken, omdat het gewijzigde besluit het gevolg is van veranderde omstandigheden en niet van een tegemoetkoming aan de vreemdeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat hij reeds bereikt heeft dat zijn asielaanvraag alsnog in behandeling wordt genomen.