ECLI:NL:RVS:2024:2525
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling bij intrekking hoger beroep in asielzaak en verwijzing naar rechtbank
De vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen een afwijzend besluit van de staatssecretaris op een aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Tijdens de procedure heeft de vreemdeling het hoger beroep ingetrokken en tegelijkertijd verzocht om proceskostenveroordeling van de staatssecretaris op grond van artikel 8:75 Awb Pro.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat een proceskostenveroordeling kan worden toegewezen indien de staatssecretaris de vreemdeling tegemoet is gekomen. Gelet op de overschrijding van de beslistermijn door de staatssecretaris, ondanks een rechtmatige verlenging, wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Het hoger beroep betrof uitsluitend de niet-tijdige besluitvorming over de asielaanvraag. De Afdeling past een wegingsfactor toe en bepaalt het proceskostenbedrag op € 437,50. Tevens verwijst de Afdeling het beroep tegen het besluit van 30 mei 2024 naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, omdat deze rechtbank is ingericht voor toetsing van asielbesluiten in eerste aanleg en hoger beroep openstaat tegen haar oordeel.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 20 juni 2024.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het beroep wordt verwezen naar de rechtbank Den Haag.